ECLI:NL:RBDHA:2025:11867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken rechtmatig verblijf ongegrond verklaard
Eisers hebben beroep ingesteld tegen afzonderlijke besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin een vrijheidsbeperkende maatregel werd opgelegd vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. De rechtbank behandelde het beroep op 6 juni 2025, waarbij eisers en hun gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat eisers terecht zijn verplicht om te verblijven in een specifieke gezinslocatie, omdat zij niet voldeden aan de rechtsplicht om Nederland vrijwillig te verlaten. Hun aanvragen voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden waren afgewezen en zij hadden geen rechtmatig verblijf. Het feit dat zij verzoeken om voorlopige voorzieningen hadden ingediend, leidt niet tot rechtmatig verblijf zolang die niet zijn toegewezen.
Daarnaast beschikten eisers niet over een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, waardoor zij geen aanspraak kunnen maken op opvangvoorzieningen. De rechtbank erkent het belang dat eisers hechten aan het bezoeken van het graf van hun zoontje, maar stelt vast dat dit vanuit de vrijheidsbeperkende locatie mogelijk blijft.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De beroepen tegen de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard omdat eisers geen rechtmatig verblijf hebben en niet voldeden aan de vertrekplicht.