ECLI:NL:RBDHA:2025:11767
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek uit Nederland
Eiser diende op 31 december 2024 een asielaanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie. Deze aanvraag werd op 14 maart 2025 afgewezen als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing. Tijdens de zitting op 2 juli 2025 in Breda verscheen eiser niet en liet ook niets van zich horen. De gemachtigde van eiser meldde dat eiser op 23 mei 2025 had laten weten Nederland te hebben verlaten.
De rechtbank vernam dat eiser zich op dat moment in Zwitserland bevond en daar op 26 mei 2025 asiel had aangevraagd. Nederland had het terugnameverzoek van Zwitserland geaccepteerd, maar eiser was nog niet overgedragen. Gezien deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat eiser niet langer prijs stelde op internationale bescherming in Nederland en daardoor geen procesbelang meer had.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier Ż.A. Meinert op 2 juli 2025 en openbaar geanonimiseerd gepubliceerd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.