ECLI:NL:RBDHA:2025:11749

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
NL25.28003
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 5.1b lid 3 VbArt. 5.1b lid 4 Vb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

De rechtbank Den Haag behandelde op 2 juli 2025 het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet. Eiser, van Algerijnse nationaliteit, betwist de aan de bewaring ten grondslag liggende feiten niet.

Verweerder stelde dat de bewaring noodzakelijk was voor het vaststellen van identiteit en nationaliteit en het verkrijgen van gegevens voor de asielaanvraag. De rechtbank achtte de zware gronden zoals het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen, het onttrekken aan toezicht en het niet opvolgen van vertrekbevelen feitelijk juist en voldoende toegelicht.

Eiser verzocht om ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring, maar constateerde geen onregelmatigheden. De rechtbank vond geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28003

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Kanters).

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft afstand gedaan van zijn recht om ter zitting te worden gehoord. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft als zware gronden [2] vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
en als lichte gronden [3] vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Verweerder heeft ter zitting zware grond 3d laten vallen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die aan de bewaring ten grondslag liggen niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat de zware gronden 3a, 3b en 3c evenals de lichte gronden 4a, 4c en 4d feitelijk juist zijn en voor zover nodig voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. De gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen.
5. Eiser verzoekt de rechtbank om ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring te toetsen. Eiser heeft in het dossier geen onregelmatigheden geconstateerd.
6. De rechtbank ziet met inachtneming van de ambtshalve toets geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 3 juli 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
3.Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.