ECLI:NL:RBDHA:2025:11684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië tijdens moratorium
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 5 oktober 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie moest uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Sinds 27 januari 2023 geldt echter een besluitmoratorium voor Syrië, waardoor de beslistermijn met negen maanden werd verlengd. Bovendien geldt vanaf 14 december 2024 een besluit- en vertrekmoratorium van zes maanden, dat de beslistermijn verlengt tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 10 februari 2025 schriftelijk in gebreke, omdat hij meende dat de minister niet tijdig had beslist. Vervolgens stelde hij op 28 februari 2025 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat het moratorium op dat moment nog van kracht was en de beslistermijn dus nog niet was verstreken.
Daarmee is niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 30 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur beroep tijdens het besluitmoratorium.