ECLI:NL:RBDHA:2025:11638
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag na ongeloofwaardigheid van bedreigingen door autoriteiten en rebellen
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit, vroeg op 12 maart 2023 asiel aan, maar zijn aanvraag werd op 27 maart 2025 door de minister afgewezen. Eiser stelde dat hij problemen ondervond met autoriteiten en rebellen vanwege het vervoeren van illegaal gekapt hout, wat leidde tot detentie en bedreigingen. Hij voerde aan dat de minister het beleid ten onrechte had gewijzigd en dat zijn relaas geloofwaardig was.
De rechtbank oordeelde dat de minister het juiste toetsingskader hanteerde en dat de geloofwaardigheid van de bedreigingen terecht werd betwijfeld. De minister vond het eerste asielmotief geloofwaardig, maar het tweede motief onvoldoende onderbouwd. De verklaringen van eiser waren gebaseerd op vermoedens en niet concreet genoeg, en het feit dat de gebeurtenissen meer dan drie jaar geleden plaatsvonden, maakte het risico op huidige bedreigingen onwaarschijnlijk.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht als ongegrond heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier M.C. Drenten - Boon op 2 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.