Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 5 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, gelet op een eerdere asielaanvraag van eiser in Duitsland op 2 januari 2024. Nederland deed een verzoek om terugname, dat Duitsland op 24 maart 2025 aanvaardde.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Duitsland en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege grenscontroles en het negeren van rechterlijke uitspraken door de Duitse regering. De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvaarding van het terugnameverzoek niet naast zich had hoeven neerleggen, omdat Duitsland het verzoek binnen de wettelijke termijn aanvaardde.
De rechtbank bevestigde het toepassingsgebied van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van ernstige tekortkomingen in de Duitse asielprocedure die een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling opleveren. De enkele stelling over het negeren van een rechterlijke uitspraak door de Duitse regering volstaat niet.
Daarom heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiser kan tegen deze uitspraak binnen een week beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.