ECLI:NL:RBDHA:2025:11571
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtigingen voorlopig verblijf wegens ontbreken feitelijk gezinsleven met referent
Eisers, allen van Eritrese nationaliteit, hebben aanvragen ingediend voor machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf bij hun vader, de referent, die een verblijfsvergunning in Nederland heeft. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvragen afgewezen omdat niet is aangetoond dat eisers feitelijk tot het gezin van de referent behoren. Eisers betwisten deze afwijzing en voeren aan dat er wel sprake was van niet-huwelijkse relaties tussen hun moeders en de referent en dat zij hechte persoonlijke banden met de referent hebben.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eisers onvoldoende bewijs hebben geleverd van een niet-huwelijkse relatie tussen referent en hun moeders op het moment van verwekking of geboorte. De door eisers overgelegde verklaringen en foto’s zijn onvoldoende om deze relaties aannemelijk te maken. Ook is niet gebleken dat er sprake is van hechte persoonlijke banden, mede omdat er geen samenwoning was, geen financieel onderhoud en beperkt contact.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat eisers geen mvv ontvangen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier V. Vegter en is gepseudonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.