Verzoeker was sinds 2002 in dienst bij De Unie als systeembeheerder, maar vanaf 1 juni 2010 is hij via zijn eenmanszaak ingehuurd voor werkzaamheden aan websites en applicaties. Verzoeker stelt dat er sprake is van een doorlopende arbeidsovereenkomst tot februari 2025, terwijl De Unie en [bedrijfsnaam 1] dit ontkennen en spreken van een overeenkomst van opdracht.
De kantonrechter past de criteria uit het Deliveroo-arrest toe en beoordeelt negen gezichtspunten, waaronder de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze van werktijdsbepaling, inbedding in de organisatie, verplichting tot persoonlijke uitvoering, contractuele totstandkoming, beloning, commercieel risico en ondernemersgedrag.
Hoewel verzoeker lange tijd werkzaamheden voor De Unie verrichtte, blijkt uit de feiten dat hij zelfstandig zijn uren kon indelen, geen instructies kreeg over de uitvoering, en zijn beloning op factuurbasis ontving met btw. Ook liep hij commercieel risico en gedroeg hij zich als ondernemer met meerdere opdrachtgevers.
De kantonrechter concludeert dat de overeenkomsten vanaf 2010 kwalificeren als overeenkomsten van opdracht en niet als arbeidsovereenkomsten. Hierdoor is er geen sprake van onregelmatige opzegging en worden de vorderingen afgewezen. De proceskosten worden aan verzoeker opgelegd.