ECLI:NL:RBDHA:2025:11457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies bij WIA-uitkering
Eiseres meldde zich in maart 2018 ziek met rug- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een aanvraag in december 2019 werd een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van circa 36,5%. Na bezwaar en beroep werd dit percentage licht aangepast en door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
In 2021 meldde eiseres hartklachten, maar medisch onderzoek toonde geen cardiale problemen. Wel werd in 2022 een matig carpaal tunnelsyndroom vastgesteld, wat beperkingen opleverde in handgebruik. De verzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen per 1 april 2022 juist waren vastgesteld en dat er geen urenbeperking nodig was.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt was voor drie functies met een verdiencapaciteitverlies van 37,66%. Verweerder handhaafde dit standpunt in het bestreden besluit. Eiseres voerde aan dat zij onterecht niet op een hoorzitting was gehoord en dat het medisch onderzoek onvoldoende was, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren.
De rechtbank oordeelde dat het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de geschiktheid voor de functies terecht was aangenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit over haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 37,66% arbeidsongeschiktheid bevestigd.