ECLI:NL:RBDHA:2025:11289
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag heeft op 13 juni 2025 een aansluitende zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1957, op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan schizofrenie en heeft sinds ruim een jaar een stabiele toestand dankzij medicatie, maar vertoont medicatie-ontrouw en wordt zonder depot prikkelbaar en agressief, wat leidt tot ernstig nadeel.
De mondelinge behandeling vond digitaal plaats omdat betrokkene niet gemotiveerd was fysiek te verschijnen en instemde met digitale aanwezigheid. De rechtbank benadrukte dat fysiek horen het uitgangspunt is, maar in dit uitzonderlijke geval een uitzondering werd gemaakt. De psychiater bevestigde de noodzaak van verplichte zorg om opname te voorkomen.
De rechtbank achtte de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende maatregelen zoals kledingonderzoek werden afgewezen. De machtiging wordt verleend voor 24 maanden, gezien de langdurige zorgbehoefte van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor 24 maanden met verplichte zorgmaatregelen, waarbij digitaal horen als uitzondering is toegestaan.