ECLI:NL:RBDHA:2025:11072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding wegens niet 104 weken ziekte
De zaak betreft een beroep van een werkgever tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om compensatie van een betaalde transitievergoeding af te wijzen. De ex-werkneemster was ziek gemeld vanaf februari 2021, maar haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen omdat zij niet 104 weken arbeidsongeschikt was.
De werkgever had een vaststellingsovereenkomst gesloten en betaalde een transitievergoeding, waarna zij compensatie bij het UWV aanvroeg. Het UWV wees dit af omdat de ex-werkneemster vóór het einde van de 104 weken ziekteperiode beter was gemeld. De werkgever voerde aan dat de ex-werkneemster wel 104 weken ziek was geweest en dat dit ook uit de vaststellingsovereenkomst bleek.
De rechtbank oordeelde dat het oordeel van de verzekeringsarts leidend is en dat de ex-werkneemster per 19 januari 2023 geschikt werd geacht voor haar werk, dus niet 104 weken ziek was. De werkgever was hiervan op de hoogte en het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard omdat de ex-werkneemster niet 104 weken ziek is geweest.