ECLI:NL:RBDHA:2025:10988
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering dwangsom wegens niet tijdig beslissen op handhavingsverzoek renovatie Binnenhof
Eiseres heeft een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen renovatiewerkzaamheden aan het Binnenhof. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland heeft de beslistermijn op dit verzoek tweemaal met acht weken verlengd, waarbij de tweede verlenging op grond van bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd was.
Eiseres stelde het college in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en vorderde een dwangsom. De rechtbank oordeelt echter dat de ingebrekestelling prematuur was, omdat het college nog binnen de verlengde beslistermijn een besluit moest nemen. Het primaire besluit van het college stelde dat geen dwangsom verschuldigd was.
De rechtbank bevestigt dat de beslistermijn onder bijzondere omstandigheden een tweede keer verlengd mag worden en dat het college dit in redelijkheid heeft gedaan vanwege complexe stikstofberekeningen en gewijzigde regelgeving. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard en zij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van een dwangsom wordt ongegrond verklaard.