Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 1.510,-. Zij stellen dat zij € 945,- te veel aan [gedaagde] hebben betaald omdat [gedaagde] per ongeluk de btw van € 945,- (€ 4.500,- x 0,21) over het minderwerk (de scheidingswand) niet in mindering heeft gebracht op het totaalbedrag. Verder heeft [gedaagde] voor het schilderwerk een btw-tarief van 21% gerekend terwijl dit 9% moest zijn. [eisers] c.s. schatten dat daarmee een bedrag van € 565,- is gemoeid.
€ 15.703,94.
€ 1.032,04, passend bij de toewijsbare hoofdsom en overeenkomstig het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief.
€ 2.420,-komen de rechtbank redelijk voor en zijn (in redelijkheid) gemaakt ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Deze kosten zullen daarom op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro worden toegewezen.