ECLI:NL:RBDHA:2025:10932
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de minister van Asiel en Migratie. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublin-verordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en gewezen op de uitspraak in de hoofdzaak, waarin het beroep kennelijk ongegrond is verklaard.
Gezien de afwijzing van het beroep is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep kennelijk ongegrond is verklaard en Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure.