De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2008, die ernstige gedragsproblemen vertoont. De minderjarige loopt regelmatig weg, is vijf dagen vermist geweest, heeft problematische contacten en middelengebruik, en volgt geen school of dagbesteding. Eerdere hulpverlening in een open setting heeft niet geleid tot duurzame gedragsverandering.
Tijdens de zitting, waarbij de minderjarige, haar moeder, een vertegenwoordiger van de GI en haar coach aanwezig waren, is het verzoek besproken. De minderjarige zelf is tegen een gesloten plaatsing en wil graag in de huidige groep blijven met extra begeleiding. De moeder en de GI ondersteunen het verzoek vanwege de toenemende zorgen en het onvermogen om de veiligheid te waarborgen.
De kinderrechter oordeelt dat de ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren en dat een verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk is om te voorkomen dat zij zich onttrekt aan de benodigde hulp. Minder ingrijpende maatregelen zijn onvoldoende gebleken. Daarom wordt de machtiging verleend voor een periode van drie maanden, van 21 mei tot 21 augustus 2025.