ECLI:NL:RBDHA:2025:10875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiser, van Senegalese nationaliteit, diende op 5 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij op 18 december 2024 illegaal via Spanje de EU binnenkwam en daar zijn vingerafdrukken afstond. Nederland verzocht Spanje om overname, wat Spanje op 15 april 2025 aanvaardde. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Spanje verantwoordelijk is.
Eiser stelde dat Spanje systematische tekortkomingen kent in asielprocedure en opvang, dat hij niet goed werd voorgelicht over het afstaan van vingerafdrukken, en dat overdracht aan Spanje zijn mentale gezondheid en rechtspositie zou schaden. Hij verwees naar risico op indirect refoulement en onvoldoende rechtsbijstand in Spanje.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje, bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht. Er was geen objectieve landeninformatie en zijn persoonlijke verklaringen boden geen concrete aanwijzingen. Spanje had toegezegd de aanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen.
Ook het standpunt dat eiser niet goed was voorgelicht over vingerafdrukken leidde niet tot een andere conclusie. Klachten hierover dienen in Spanje te worden ingebracht. Er waren geen bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maakten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.