ECLI:NL:RBDHA:2025:10836

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
NL25.11562
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 8:72, vierde lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering huwelijk en bedreigingen Al-Shabaab

Eiseres, Somalische nationaliteit, diende een asielaanvraag in vanwege bedreigingen door Al-Shabaab als gevolg van haar huwelijk met een parlementslid. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het huwelijk en de bedreigingen, en vanwege te late indiening.

Eiseres overlegde onder meer een originele huwelijksakte, foto’s, aangifte van bedreiging en bewijs van de status van haar echtgenoot. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het huwelijk en de bedreigingen niet aannemelijk zouden zijn, mede gelet op het visum en diplomatiek paspoort.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 Awb Pro en gaf verweerder acht weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11562

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. H.K. Westerhof),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Verweerder heeft met het bestreden besluit van 10 maart 2025 de asielaanvraag van eiseres in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2025 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de advocaat mr. P.R. van de Water als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, [tolk] als niet-beëdigde tolk en de gemachtigde van verweerder.
Ter zitting is het verzoek om een voorlopige voorziening NL25.11563, dat samenhangt met dit beroep, ingetrokken.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en is geboren op [datum] 1990. Zij heeft op 24 mei 2023 een asielaanvraag ingediend. Aan de asielaanvraag heeft eiseres ten grondslag gelegd dat haar echtgenoot, [de echtgenoot], een parlementslid is. Vanwege het werk van haar echtgenoot zijn er meerdere aanslagen op hem gepleegd door Al-Shabaab. Tijdens de laatste aanslag bij het huis van eiseres viel zij flauw en raakte haar echtgenoot zwaargewond. Eiseres is regelmatig telefonisch bedreigd door Al-Shabaab vanwege het werk van haar echtgenoot en het huwelijk. Eiseres vreest bij terugkeer vermoord te worden door Al-Shabaab.
2. Verweerder heeft met het bestreden besluit de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met Al-Shabaab vanwege het vermeende huwelijk met [de echtgenoot] worden door verweerder niet geloofwaardig geacht. Verweerder werpt eiseres ook tegen dat zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend.
3. Eiseres voert hiertegen het volgende aan. Verweerder heeft onterecht en onvoldoende gemotiveerd dat eiseres haar huwelijk met [de echtgenoot] en de bedreigingen door Al-Shabaab onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Ter onderbouwing van haar asielrelaas heeft eiseres meerdere nieuwsartikelen overgelegd die bevestigen dat haar echtgenoot is aangevallen door Al-Shabaab. Zij heeft ook een kopie van een huwelijksakte en foto’s van haar en haar echtgenoot overgelegd ter onderbouwing van het huwelijk. Verder heeft eiseres het volgende overgelegd: een aangifte van bedreiging door Al-Shabaab, bewijs dat haar echtgenoot een parlementslid is, identiteitskaart van haar echtgenoot, een overheidspasje van haar echtgenoot en een personeelsuittreksel van haar echtgenoot. Ter zitting heeft eiseres een originele huwelijksakte getoond. Bovendien heeft eiseres gedetailleerde en consistente verklaringen afgelegd over haar relatie en de omstandigheden rondom het huwelijk. Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat het onjuist is dat zij niet concreet heeft verklaard over de aard en frequentie van de telefonische bedreigingen door Al-Shabaab. Verweerder specificeert ook niet welke tegenstrijdigheden er zijn tussen de verklaringen van eiseres en de mediaberichten. Verweerder stelt dat eiseres te lang heeft gewacht met haar vertrek uit Somalië na de aanslag op 16 januari 2022. Verweerder miskent echter dat eiseres genoodzaakt was bij haar echtgenoot te blijven gezien de ernst van zijn verwondingen. Bovendien was eiseres bang om zelfstandig te reizen door de herhaalde dreigingen van Al-Shabaab en de sociale en culturele beperkingen voor vrouwen in Somalië. Eiseres is pas vertrokken op het moment dat haar echtgenoot veilig een visum voor haar kon regelen. Gelet op het voorgaande loopt eiseres wel degelijk risico bij terugkeer naar Somalië.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. De rechtbank volgt eiseres in haar standpunt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij haar huwelijk met [de echtgenoot] niet aannemelijk heeft gemaakt. Hierbij is van belang dat eiseres een kopie van de huwelijksakte heeft overgelegd. Weliswaar heeft eiseres vaag verklaart over het verkrijgen van een origineel exemplaar, maar dit neemt niet weg dat eiseres ter zitting ook een originele huwelijksakte met een Engelse vertaling heeft getoond, waarin wordt bevestigd dat eiseres in 2013 is getrouwd. Bovendien heeft eiseres foto’s overgelegd waarop zij en haar echtgenoot te zien zijn, ter onderbouwing van haar huwelijk met [de echtgenoot]. Verweerder heeft weliswaar terecht vastgesteld dat uit deze foto’s niet kan worden opgemaakt dat eiseres is getrouwd met [de echtgenoot], maar dit wil niet zeggen dat aan de overgelegde foto’s geen enkele waarde kan worden toegekend, bezien in samenhang met de originele huwelijksakte. Daar komt bij dat eiseres een visum voor Nederland heeft gekregen op basis van een echt bevonden diplomatiek paspoort. Het visum is afgegeven voor eiseres en [naam]. Daarbij zijn kopieën van paspoorten van beiden overgelegd. Uit de ondersteunende brief bij de visumaanvraag blijkt dat [naam] publiekelijk bekend is als [de echtgenoot]. Niet is gebleken hoe verweerder deze informatie, die is opgenomen in het digitale dossier, heeft meegewogen in het bestreden besluit. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat het huwelijk van eiseres met [de echtgenoot] niet aannemelijk is gemaakt.
5. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van Pro de Awb. [1] Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank komt gelet hierop niet toe aan de bespreking van de overige beroepsgronden. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of om zelf in de zaak te voorzien. Het ligt nu namelijk op de weg van verweerder om het huwelijk van eiseres met [de echtgenoot] en de problemen met Al-Shabaab naar aanleiding daarvan opnieuw te beoordelen en om, met inachtneming van deze uitspraak, opnieuw te beoordelen of eiseres daardoor in aanmerking komt voor een asielvergunning. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerder op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
6. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.
7. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 10 maart 2025;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een
nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze
uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814 (duizend achthonderdveertien euro) aan
proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan op 19 juni 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.