Partijen zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over drie minderjarige kinderen. De hoofdverblijfplaats is bij de moeder, terwijl de vader een zorgregeling heeft die hij sinds medio 2024 niet meer is nagekomen. De moeder verzoekt vervangende toestemming voor een vakantie naar Marokko in de zomervakantie 2025, omdat overleg met de vader niet mogelijk is vanwege het ontbreken van contact en stalkingproblemen.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van Nederlands recht en artikel 1:253a BW. Gezien het belang van het kind en het feit dat de vader geen contact onderhoudt en de zorgregeling niet nakomt, acht de rechtbank het wenselijk dat de kinderen met de moeder mee op vakantie kunnen. De toestemming wordt niet verleend vanwege een weigering van de vader, maar omdat de moeder de vader niet heeft kunnen bereiken.
De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De vakantie is toegestaan van 18 juli tot en met 31 augustus 2025, met verblijf bij familie in Marokko. De beschikking is gegeven door kinderrechter L.L. Benink op 10 juni 2025.