De zaak betreft een kort geding waarin erfgenamen vorderen dat de niet-geregistreerde partner van de overledene de gezamenlijke woning ontruimt. De woning is in 2001 gezamenlijk gekocht, maar staat sinds 2005 uitsluitend op naam van de overledene, waarop een hypotheek rust die door de partner wordt gedragen. De erfgenamen willen de woning verkopen en stellen dat de partner zonder recht of titel de woning bewoont.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de erfgenamen geen spoedeisend belang hebben bij ontruiming. Dit omdat zij slechts een onverdeeld aandeel van een kwart in de woning bezitten, mede door de aanwezigheid van twee Chinese ex-echtgenoten als mede-eigenaren, wiens medewerking voor verkoop noodzakelijk is. Hierdoor is verkoop op korte termijn niet mogelijk. Tevens neemt de partner de hypotheeklasten volledig voor haar rekening.
De vordering wordt daarom afgewezen. De erfgenamen worden veroordeeld in de proceskosten, die zijn begroot op €1.616,00 plus eventuele bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en uitgesproken op 18 juni 2025.