ECLI:NL:RBDHA:2025:10769
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak
Verzoekster heeft tegen het besluit van 14 maart 2022, waarin haar bezwaar tegen de vaststelling van het niet-rechtmatig verblijf ongegrond werd verklaard, beroep ingesteld. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat aangezien op 17 augustus 2022 reeds uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig is geworden. Daarom is het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is op 18 juni 2025 gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslecht.