Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Tegen dit primaire besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Nadat de minister op 10 april 2025 op het bezwaar heeft beslist, heeft verzoekster een voorlopige voorziening verzocht bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgehandeld en verzoekster geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig.
Verder is geen toepassing mogelijk van artikel 8:81, vijfde lid, Awb, dat een verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar kan aanmerken als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar of beroep meer aanhangig is.