Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke op 19 september 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening.
De minister heeft op 24 februari 2025 op het bezwaar beslist, waarna de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak deed. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter baseert zich hierbij op artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wijst het verzoek af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.