ECLI:NL:RBDHA:2025:10471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring en schadeverzoek
De minister legde op 25 mei 2025 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 3 juni 2025 opgeheven, waarna de rechtbank het beroep op 10 juni 2025 behandelde.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig was geweest. De minister voerde als zware gronden dat eiser zich aan het toezicht had onttrokken en niet vrijwillig vertrok. Eiser betwistte deze gronden, maar de rechtbank oordeelde dat eiser zich tussen februari en mei 2025 inderdaad aan het toezicht had onttrokken, ondanks zijn strafrechtelijke detentie vanaf 7 mei 2025.
Verder stelde eiser dat de minister niet voldeed aan de informatieplicht omdat de informatiefolder in het Roemeens het begrip 'voorlopige hechtenis' gebruikte, wat volgens hem strafrechtelijke detentie suggereert. De rechtbank oordeelde dat de folder voldoende duidelijk maakte dat het om vreemdelingenbewaring ging en dat de minister aan de informatieplicht had voldaan.
Eiser voerde aan dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, omdat hij wilde meewerken aan vrijwillig vertrek met hulp van een stichting. De rechtbank vond dat eiser hiervoor voldoende tijd had gehad en dat het risico op ontvluchting rechtvaardigde dat geen lichter middel werd toegepast.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.