ECLI:NL:RBDHA:2025:10380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging promotietraject wegens ontbreken geschikte promotor en onvoldoende voortgang
Eiseres, een buitenlandse promovenda, startte in 2017 haar promotietraject aan de Universiteit Leiden. Na wisselingen van promotoren en onvoldoende voortgang van haar onderzoek, werd het traject in februari 2024 beëindigd. Eiseres stelde dat het promotiereglement geen grondslag bood voor beëindiging en dat verweerder onvoldoende inspanningen had verricht om een nieuwe promotor te vinden.
De rechtbank constateerde dat verschillende promotoren zich jarenlang intensief hadden ingezet, maar dat eiseres niet had aangetoond het vereiste niveau te behalen. Verweerder had meerdere pogingen gedaan om een opvolgende promotor te vinden, inclusief het benaderen van externe hoogleraren. De weigering van prof. [naam 5] om te begeleiden vanwege de omvang van het benodigde werk werd als objectief beschouwd.
De rechtbank vond dat het College voor Promoties voldoende inspanningen had verricht en dat het ontbreken van een geschikte promotor en de onvoldoende voortgang rechtvaardig waren voor beëindiging. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en zij kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het promotietraject wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.