Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ethiopische nationaliteit dragende man, diende op 3 maart 2023 een asielaanvraag in met het argument dat hij als tolk voor het Ethiopische leger werd gezien als collaborateur en daardoor bedreigd werd door het Tigray People’s Liberation Front (TPLF). Hij vreesde vervolging door zowel het Ethiopische leger als TPLF, mede vanwege zijn detentie in Addis Abeba en bedreigingen aan zijn adres en dat van zijn ouders.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 24 januari 2025 af als kennelijk ongegrond, waarbij de rechtbank de geloofwaardigheid van de tolkwerkzaamheden erkende, maar de problemen die daaruit voortvloeiden niet aannemelijk achtte. Het ontbreken van een authentiek arrestatiebevel en onvoldoende onderbouwing van de moorden op andere tolken speelden hierbij een rol.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en verwees naar jurisprudentie en richtlijnen, maar de rechtbank oordeelde dat de minister voldoende onderzoek had gedaan en dat eiser onvoldoende bewijs leverde om zijn vrees aannemelijk te maken. Ook de wisselende verklaringen over vertrekredenen en het niet onverwijld melden werden meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging, mede omdat na zijn vrijlating geen nieuwe bedreigingen waren gemeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijke vrees voor vervolging.