Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend die op 18 november 2024 is afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar. Op 7 april 2025 is het bezwaar door verweerder inhoudelijk behandeld en beslist.
Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.