ECLI:NL:RBDHA:2025:10312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen Moslimbroederschap en ontbreken reëel risico
Eiser, een Egyptische nationaliteit, vroeg op 29 januari 2022 asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij door de Moslimbroederschap was bedreigd en mishandeld vanwege zijn weigering tot samenwerking, en dat hij bij terugkeer in Egypte vervolging en ernstige schade zou lijden, mede door gedwongen militaire dienst.
Verweerder wees de asielaanvraag op 24 mei 2023 af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de bedreigingen en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade. Eiser stelde dat zijn verklaringen consistent waren en dat aangifte doen tegen de Moslimbroederschap voor hem persoonlijk onmogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over de data en omstandigheden van de bedreigingen en zijn verblijfplaats. Ook was het contact met zijn familie inconsistent verklaard. Verweerder had terecht geoordeeld dat eiser in beginsel aangifte had kunnen doen tegen de Moslimbroederschap en dat de persoonlijke onmogelijkheid onvoldoende was onderbouwd.
Verder werd vastgesteld dat de vrees voor represailles bij terugkeer niet aannemelijk was, mede omdat weigering militaire dienst geen vluchtelingenstatus oplevert en eiser geen principiële gewetensbezwaren had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.