ECLI:NL:RBDHA:2025:10306
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen inreisverbod en weigering verblijfsvergunning vanwege onvoldoende familieleven
Eiseres, met de nationaliteit van Bosnië-Herzegovina, kreeg in 2019 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van vijf jaar wegens meerdere diefstallen. Dit besluit is onherroepelijk vastgesteld. Na uitlevering aan Oostenrijk en uitzetting naar Bosnië, wijzigde zij haar naam en reisde eind 2020 weer naar Nederland.
In 2023 vroeg zij een verblijfsvergunning aan als familie- of gezinslid bij haar in Nederland verblijvende zoon en partner. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en het inreisverbod. Haar bezwaar tegen het niet opheffen van het inreisverbod werd eveneens ongegrond verklaard.
Eiseres voerde aan dat zij als gemeenschapsonderdaan moet worden beschouwd en dat onvoldoende rekening is gehouden met haar gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat zij niet voldoet aan de voorwaarden voor opheffing van het inreisverbod, dat het familieleven onvoldoende zwaarwegend is tegen het algemeen belang van Nederland, en dat het recht op effectieve rechtsbescherming niet is geschonden.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft, waarmee het inreisverbod niet wordt opgeheven en de verblijfsvergunning niet wordt toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.