Eiser, een minderjarige Somalische asielzoeker, vordert bescherming omdat hij door Al-Shabaab werd gedwongen zich aan te sluiten en na gevangenschap is ontsnapt. Hij vreest bij terugkeer vermoord te worden. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van eisers verklaringen en het ontbreken van een gegronde vrees op ernstige schade.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en oordeelt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser, waaronder zijn leeftijd en culturele achtergrond. De verklaringen van eiser over zijn verblijf bij Al-Shabaab en zijn ontsnapping worden als ongerijmd en tegenstrijdig beoordeeld. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de situatie in de plaats van herkomst een uitzonderlijke mate van willekeurig geweld kent die een reëel risico oplevert.
Verder is vastgesteld dat verweerder terecht heeft overwogen dat er geen individuele omstandigheden zijn die leiden tot een verhoogd risico op ernstige schade. Het beroep op het buitenschuldbeleid is nog in onderzoek. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenvergoeding af.