Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 13 januari 2025 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit. Vervolgens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 23 april 2025 heeft de minister op het bezwaar beslist, waarmee het bezwaar is afgedaan. Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing binnen de daarvoor geldende termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk, omdat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.