ECLI:NL:RBDHA:2025:10293

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2025
Publicatiedatum
13 juni 2025
Zaaknummer
NL25.9066
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens verantwoordelijkheid Polen

Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen, omdat Polen volgens het bestreden besluit verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL25.9065) inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9066

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.9065, heeft de rechtbank uitspraak
gedaan op het beroep waarop deze voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 juni 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.