Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, is sinds 19 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is op 23 april 2025 met drie maanden verlengd. Eiser betoogt dat de bewaring onrechtmatig is omdat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de behandeling van zijn asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel tot 26 maart 2025 eerder rechtmatig is getoetst en dat voor de beoordeling van het voortduren van de bewaring alleen de periode daarna relevant is. Hoewel verweerder aanvankelijk niet heeft verzocht om een versnelde behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening, heeft hij dit later alsnog gedaan. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de bewaring tot 23 juli 2025 niet onrechtmatig is.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld binnen de wettelijke termijnen en dat de bewaring niet onredelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.