ECLI:NL:RBDHA:2025:10204
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens gezagskwestie in vreemdelingenrecht
Eiseres diende op 7 december 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 2 mei 2024 af en handhaafde deze afwijzing bij bezwaar van 13 februari 2025. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De kern van het geschil betrof het gezag over eiseres, waarbij verweerder aannam dat de moeder het gezag niet had, terwijl eiseres bewijs overlegde dat moeder het gezag en zorgrecht heeft, ondersteund door een verklaring van de biologische vader en een rechtbankverklaring. Verweerder baseerde zich op de vreemdelingencirculaire die stelt dat bij scheiding volgens islamitische traditie de vader het gezag behoudt, maar de rechtbank vond dat verweerder onterecht niet aannam dat beide ouders het gezag hadden.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraak op het beroep was gedaan. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 2.721,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit.