Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 9 oktober 2024 waarin een beslistermijn werd gesteld. Ondanks deze termijn heeft de minister niet binnen de gestelde periode een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke en verstreken termijn uit de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een besluit zal volgen. De rechtbank legt daarom een nieuwe beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak op.
Daarnaast wordt aan de minister een dwangsom opgelegd van € 250,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 37.500,-. De rechtbank stelt vast dat geen nieuwe bestuurlijke dwangsom wordt vastgesteld over de reeds verstreken termijn, conform de wettelijke regeling. Tot slot wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.