ECLI:NL:RBDHA:2025:10190
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Turkse Koerdische man wegens ongeloofwaardige motieven
Eiser, een Turkse staatsburger behorend tot de Koerdische en Alawitische gemeenschap, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende bedreigingen en mishandelingen door Turkse autoriteiten in verband met zijn politieke activiteiten voor de HDP. De minister wees de aanvraag af als ongegrond, waarbij vijf asielmotieven werden onderscheiden. De minister achtte de motieven betreffende politieke activiteiten, vermissing van echtgenote en dochter, en problemen vanwege het Alawitisch zijn ongeloofwaardig, terwijl de identiteit en discriminatie als geloofwaardig werden beschouwd.
Eiser voerde aan dat de minister zijn relaas niet volledig had betrokken en dat het onderzoek niet zorgvuldig was, mede door het gebruik van een telefonische tolk. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de minister terecht de verklaringen over het lidmaatschap van de HDP en de vermissing van familieleden ongeloofwaardig achtte, mede vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs. Ook de medische rapporten over mishandeling boden onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht als ongegrond heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Er zijn geen aanwijzingen dat het besluit onzorgvuldig of onrechtmatig is genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.