ECLI:NL:RBDHA:2025:10164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag. Eiseres betwist deze verantwoordelijkheid niet, maar stelt dat Nederland op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de aanvraag alsnog had moeten behandelen vanwege bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich voldoende heeft gemotiveerd en dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De stelling van eiseres dat niet alle relevante feiten zijn meegewogen, wordt niet gevolgd wegens gebrek aan onderbouwing. Ook is niet aannemelijk dat uitzetting naar Duitsland in strijd is met artikel 3 EVRM Pro, mede omdat eiseres in Duitsland toegang heeft tot medische zorg en klachten kan indienen bij autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de minister om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter H. de Ruijter en griffier J. Dijkstra op 11 juni 2025 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.