Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 13 januari 2025. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Na beslissing op bezwaar op 15 april 2025 door verweerder, is het bezwaar niet langer aanhangig. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting.
De rechter oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Het verzoek kan niet worden omgezet in een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep, omdat geen beroep is ingesteld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.