ECLI:NL:RBDHA:2024:9972
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens belangenafweging
Eiser, met Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland op grond van artikel 8 EVRM Pro, waarbij hij een beroep deed op zijn privé- en familieleven. De staatssecretaris wees dit verzoek af vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden en een opgelegd inreisverbod. De rechtbank beoordeelde of de staatssecretaris een juiste belangenafweging had gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris alle relevante omstandigheden, waaronder de medische situatie van eiser, voldoende had betrokken. Uit het BMA-advies bleek dat medische behandeling ook in Suriname mogelijk is. De banden van eiser met zijn familie in Nederland werden als niet zodanig hecht of bijzonder beoordeeld dat dit een verblijfsrecht rechtvaardigt.
Daarnaast woog de rechtbank mee dat eiser herhaaldelijk is veroordeeld voor ernstige misdrijven en een inreisverbod heeft, wat een actueel gevaar voor de openbare orde kan vormen. Ook het feit dat eiser lange tijd zonder vergunning verbleef en geen inkomen heeft, droeg bij aan het oordeel.
De rechtbank vond dat het belang van de staat bij het handhaven van het toelatingsbeleid en de openbare orde zwaarder woog dan het belang van eiser bij het uitoefenen van zijn privéleven in Nederland. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag voor de verblijfsvergunning afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.