Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 15 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf van 18 mei 2022. De wettelijke beslistermijn eindigde op 15 november 2022, maar verweerder besloot pas op 27 februari 2024 de aanvraag af te wijzen. Hierdoor kwam verweerder alsnog tegemoet aan het beroep van verzoekster.
Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a van de Awb verweerder in de proceskosten moest worden veroordeeld, omdat het beroep werd ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan.
De proceskosten werden vastgesteld op €437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank sprak dit bedrag uit als vergoeding aan verzoekster.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 20 juni 2024 door rechter A.J. de Danschutter en griffier A.S. Hamans. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoekster.