ECLI:NL:RBDHA:2024:9906
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanmaningskosten naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanmaningskosten die door de Belastingdienst in rekening zijn gebracht wegens het niet tijdig betalen van een naheffingsaanslag fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting. De rechtbank heeft het verzoek om uitstel van de zitting afgewezen omdat het niet tijdig was ingediend en er geen gewichtige redenen waren. De naheffingsaanslag van €33 werd op 26 maart 2022 opgelegd en de aanmaningskosten van €8 op 23 april 2022 in rekening gebracht.
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en tegen de aanmaningskosten, maar het bezwaar tegen de naheffingsaanslag was reeds afgewezen. De rechtbank overwoog dat op grond van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd omdat eiseres niet binnen de betaaltermijn had betaald en geen uitstel had gevraagd. Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag werd niet gezien als een verzoek om uitstel van betaling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd mondeling gedaan op 3 april 2024 door rechter J.J. Arts, in aanwezigheid van griffier M. van Emden. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de aanmaningskosten wordt ongegrond verklaard en de kosten zijn terecht opgelegd.