Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juni 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers
[naam 1], te [woonplaats] (vergunninghouder).
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van twee woningen op een perceel, waarbij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard de vergunning heeft verleend ondanks dat het bouwplan deels buiten het bouwvlak valt en een sloot deels wordt gedempt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bouwplan in grote lijnen voldoet aan de planregels en dat het college terecht is afgeweken van het bestemmingsplan, mede op basis van adviezen van de afdeling Ruimtelijke Ordening en de welstandscommissie. Wel is onduidelijk of het Hoogheemraadschap een expliciet positief advies heeft gegeven voor de afwijking van artikel 19.7, onder b, van de planregels, zoals vereist is.
Omdat niet is uitgesloten dat vergunninghouder wil starten met heiwerkzaamheden en het leggen van funderingen voordat op bezwaar is beslist, en voor deze werkzaamheden duidelijkheid nodig is over het advies van de waterbeheerder, wordt een voorlopige voorziening getroffen die deze werkzaamheden verbiedt tot na de bezwaarbeslissing. De overige werkzaamheden, zoals het gedeeltelijk dempen van de sloot en bouwrijp maken, mogen wel doorgaan.
Het verzoek wordt voor het overige afgewezen. Het college moet het griffierecht vergoeden aan verzoekers. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het starten van heiwerkzaamheden en het leggen van funderingen is geschorst tot na de beslissing op bezwaar.