Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
De gronden van de maatregel van bewaring
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse Dublinclaimant, werd op 28 mei 2024 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 10 juni 2024, toen eiser werd overgedragen aan Bulgarije. Eiser stelde dat de staandehouding onrechtmatig was en dat lichtere middelen hadden moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was op grond van artikel 50a van de Vreemdelingenwet 2000 en dat de bewaring voldoende was gemotiveerd met zware gronden, waaronder illegale binnenkomst vanuit Bulgarije en het verstrekken van onjuiste personalia bij de asielaanvraag. De rechtbank verwierp het betoog dat lichtere middelen volstonden, mede vanwege het risico op onttrekking aan toezicht.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en staandehouding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.