Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb)
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De staatssecretaris heeft aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser stelde dat de staatssecretaris niet voldeed aan de informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit, omdat hem geen informatiefolder was verstrekt.
De rechtbank constateerde inderdaad een gebrek in de informatieverstrekking, maar oordeelde dat dit gebrek niet ernstig genoeg was om de bewaring onrechtmatig te verklaren, mede omdat eiser in aanwezigheid van een tolk mondeling was geïnformeerd en gebruik had gemaakt van rechtsbijstand. De zware en lichte gronden voor de bewaring, zoals het niet naleven van vertrekverplichtingen en het ontbreken van een vaste verblijfplaats, werden niet betwist en waren voldoende.
Eiser voerde aan dat een lichtere maatregel, zoals een meldplicht, volstond, omdat hij vindbaar was en contact had met de gemeente. De rechtbank vond de motivatie van de staatssecretaris dat een meldplicht onvoldoende garantie bood gegrond, mede gezien het eerdere aanbod aan eiser om zelfstandig te vertrekken dat niet was aangegrepen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.