ECLI:NL:RBDHA:2024:9791
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Oostenrijk
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 mei 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen wegens verhindering. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier S.J. Valk, en is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.