ECLI:NL:RBDHA:2024:9692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte voorbereidingshandelingen Opiumwet en onttrekking auto aan verkeer
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van brandstichting, het bezit van drugs en voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet. De tenlastelegging omvatte onder meer het bezit van diverse druggerelateerde voorwerpen en een auto met een verborgen ruimte.
Tijdens de terechtzitting op 4 juni 2024 heeft de rechtbank het dossier en de standpunten van officier van justitie en verdediging gewogen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de brandstichting en het opzettelijk aanwezig hebben van drugs op 29 april 2022 wegens onvoldoende bewijs. Ook werd vrijspraak gegeven voor de voorbereidingshandelingen in de periode tot april 2023, omdat de wijziging van de tenlastelegging een voortdurend delict veronderstelde dat niet bewezen kon worden.
Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte op 29 april 2022 een magnetron had geleverd die werd gebruikt bij de verwerking van cocaïne, maar niet met wetenschap daarvan. Verder werd vastgesteld dat de auto met verborgen ruimte bestemd was voor drugshandel en daarom onttrokken aan het verkeer moest worden. De overige in beslag genomen voorwerpen werden teruggegeven aan verdachte. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat de grondslag daarvoor, de brandstichting, niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting en voorbereidingshandelingen, maar de auto met verborgen ruimte wordt onttrokken aan het verkeer.