De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootouders voor zes maanden. De kinderen verblijven sinds januari 2024 bij de grootouders vanwege een onveilige opvoedsituatie bij de moeder, die kampt met persoonlijke problematiek en middelengebruik.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar is onvoldoende beschikbaar voor de kinderen. De vrijwillige hulpverlening heeft geen structurele verbetering gebracht, waardoor gedwongen hulpverlening noodzakelijk is. De grootouders zorgen liefdevol voor de kinderen, maar hebben ook behoefte aan ondersteuning.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan. De beslissing is genomen om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen en de moeder de ruimte te geven aan haar problematiek te werken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.