De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige verblijft sinds april 2024 op een open groep van een zorginstelling na positieve ontwikkelingen binnen gesloten jeugdhulp.
De kinderrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren gesproken met de minderjarige en de ouders, die beiden instemden met de verlengingen. De ouders hebben stappen gezet in de communicatie en opvoeding, en de minderjarige toont verbeteringen in emotie- en gedachte-regulatie. Er wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing, waarbij een passende school gezocht wordt voor september 2024.
De kinderrechter acht verlenging van de ondertoezichtstelling voor vier maanden en de machtiging tot uithuisplaatsing voor twee maanden noodzakelijk. Dit om de thuisplaatsing zorgvuldig te laten verlopen, de voortgang te monitoren en een borgingsplan op te stellen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.