ECLI:NL:RBDHA:2024:9666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 25 april 2024 nam verweerder alsnog een inwilligend besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was.
De rechtbank baseerde haar oordeel op artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, dat een proceskostenveroordeling mogelijk maakt als het bestuursorgaan aan het beroep tegemoetkomt. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak van licht gewicht was, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag van € 875,- per punt.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Er waren geen overige kosten die vergoed konden worden. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman en griffier L.M. Kalkman op 12 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.