ECLI:NL:RBDHA:2024:9606
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing begeleide omgang kinderen
De zaak betreft een verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling, die begeleide omgang met haar vier minderjarige kinderen voorschrijft, geheel of gedeeltelijk te laten vervallen en een omgangsregeling zonder begeleiding vast te stellen.
De gecertificeerde instelling had de schriftelijke aanwijzing gegeven vanwege ernstige zorgen over het gedrag en de veiligheid van de kinderen bij de moeder, mede gebaseerd op uitlatingen van een van de kinderen over mishandeling en onveilige thuissituatie. De moeder betwistte de motivering en stelde dat de aanwijzing onzorgvuldig was voorbereid en dat er geen overleg met haar had plaatsgevonden.
De kinderrechter oordeelde dat de gecertificeerde instelling haar bevoegdheid juist had aangewend, dat de belangenafweging deugdelijke was en dat de ernstige zorgen van de kinderen de stopzetting van onbegeleide omgang rechtvaardigen. De moeder kon zich onvoldoende verplaatsen in de belevingswereld van de kinderen. Het verzoek tot vervallenverklaring en het vaststellen van andere omgangsregelingen werd daarom afgewezen.
De beschikking is mondeling gegeven op 30 mei 2024 en schriftelijk vastgesteld op 12 juni 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing wordt afgewezen en de begeleide omgang blijft van kracht.