ECLI:NL:RBDHA:2024:9578
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Verzoeker heeft op 4 april 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Zwitserland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.